Inhoud
Dit document wil een korte inleiding zijn tot de K Desktop Environment. Je zal vertrouwd raken met een aantal basismogelijkheden van KDE.
Dit artikel omvat geenszins alle aspecten van de K Desktop, verre van. Het geeft enkel een korte beschrijving hoe de meest voorkomende taken kunnen worden uitgevoerd.
Een basiskennis van ten minste één graphical user interface, bvb CDE", Geos", GEM", NeXT", MacFinder", Presentation Manager" of MS-Windows", wordt echter wel verondersteld. Er wordt bijgevolg niet ingegaan op het gebruik van de muis of van het klavier, maar hopelijk op meer interessante items.
Dit hoofdstuk is bedoeld voor gebruikers die al doende willen leren en enkel een korte inleiding willen om van start te gaan. Latere hoofdstukken gaan dieper in op de K Desktop Environment met handige hints en shortcuts. Wil je onmiddellijk van start gaan, lees dit hoofdstuk diagonaal, experimenteer een beetje en kom terug om in de overige hoofdstukken van het artikel te grasduinen.
Nota: De KDE desktop kan volledig naar eigen wens worden ingesteld. In dit artikel wordt uitgegaan van de standaard configuratie.
2.1 De KDE Desktop
De standaard KDE desktop bestaat uit drie delen:
een "panel" (paneel) onderaan het scherm om toepassingen te starten en tussen desktops te switchen. Naast andere dingen vind je er de "Application Starter" (een icon met een grote K dat bij klikken een menu van toepassingen genereert).
Een "taskbar" (taakbalk) bovenaan links om van de ene naar de andere lopende toepassing te kunnen wandelen en erin te werken. Met een muisklik op het icoontje van een toepassing op de taakbalk wordt de toepassing geactiveerd.
De "desktop"-zelf (bureaublad) waar vaak geraadpleegde documenten en mappen kunnen geplaatst worden. KDE heeft meerdere desktops met een eigen window. Klik op de genummerde knoppen om tussen de verschillende desktops te wandelen.
2.2 Aan de lijn, klaar, start!
Hier volgen enkele tips om je vlug van start te laten gaan:
Om een toepassing te starten, klik je de "K"-knop op de "panel" (deze knop wordt de "Application Starter" genoemd) en kies een item uit het menu.
Klik op het icoontje dat er uitziet als een map met de afbeelding van een huis op de taakbalk om een overzicht te krijgen van de documenten in je home directory (dit is "kfm", KDE's File Manager utility).
Kies Application Starter > Utilities > Terminal om een unix-command-prompt te genereren of druk Alt-F2 om een command-prompt-schermpje op te roepen om een enkel commando in te voeren.
Kies de KDE Control Center-toepassing op de Application Starter om KDE naar eigen wens in te stellen.
Druk Alt-Tab om tussen de lopende toepassingen te wandelen en Ctrl-Tab tussen de verschillende desktops, als je liever met het klavier werkt.
Klik de rechter muisknop om context-menus te genereren voor het paneel, desktop en vele KDE-toepassingen.
3.1 Met behulp van de Application Starter en het paneel
Onderaan op het scherm vind je de desktop-panel om toepassingen te starten. Kijk even aan de linkerkant naar de knop met een grote K. Deze knop wordt de Application Starter genoemd. Bovenaan de knop zie je een pijltje, dat aangeeft dat als je erop klikt een menu wordt opengevouwd. Probeer het eens! Dit menu geeft je op eenvoudige wijze toegang tot de toepassingen die op je computer zijn geïnstalleerd.
Shortcut: Alt-F1 opent het Application Starter menu.
3.1.1 De "panel" aanpassen.
Gebruik je dikwijls een of andere toepassing, wil je natuurlijk een snellere manier om die op te starten. In dat geval kan je die toepassing of een volledig sub-menu van de Application Starter als een snelkoppeling aan het paneel toevoegen. Stel je wil een "Find Files"-knop toevoegen. Kies application starter > Panel > Add Application > Find Files (je klikt dus achtereenvolgens op "Application Starter", selecteer "Panel", een pijl naar rechts duidt aan dat een submenu kan worden opgeroepen. In dit menu kies je "Add Application" en in het volgende submenu "Find Utility"). Interessant om weten: alle items van het paneel kunnen verplaatst worden met het move-commando van het context-menu (rechtermuisknop). Probeer de derde muisknop eens (de derde muisknop is gewoonlijk de rechtermuisknop, maar als je de muis bvb. voor linkshandigen hebt ingesteld kan het de linkerknop zijn). Er komt nu een menu tevoorschijn waaruit je "move" kan kiezen. Verplaats de muis en het icoontje zal de muis volgen zolang je op het paneel blijft. Eenmaal klaar, klik je eenvoudigweg op de eerste muisknop (gewoonlijk de linker). Je zult gemerkt hebben dat je een snelkoppeling kan "removen" ingeval je deze niet meer wenst te gebruiken.
3.1.2
Hiermee komen we bij een andere interessant item: met een klik op de rechtermuisknop kan je op veel plaatsen een "context-menu" oproepen waaruit je een keuze kan maken die van toepassing is op het item dat je hebt aangeklikt. Daarom is het misschien een goed idee om eerst deze methode te gebruiken als je niet weet wat het item precies doet. Zelfs de "background" van de desktops heeft zo'n menu.
3.1.3
Nog interessante dingen die je kan doen met de "panel"! Eén ervan is misschien belangrijk als de resolutie van je monitor laag is: het is de "hide-and-show"-functie, die geactiveerd wordt door de reliëf-balk links op de "panel". Overigens, als je niet met zekerheid weet wat een bepaalde knop in KDE doet, verplaats je de mouse pointer erover en wacht even: KDE heeft een mini-context-help ("tooltips"), dat de functionaliteit van deze knop in het kort weergeeft.
3.2 Maar waar is mijn "command line"!
Geen nood! KDE berooft je niet van je geliefde (en dikwijls zeer doeltreffende) command-line. Je kan documenten verplaatsen op de desktop, maar je kan net zo goed je gebruikelijke unix-commando's invoeren. KDE beschikt daarvoor over een gesofistikeerd command-line-window (kvt=KDE virtual console). Kies Application Starter > Utilities > Terminal om dit op te starten. Misschien handig om op de panel te plaatsen (als die er al niet op staat).
Wil je slechts één commando inbrengen. Geen nood. Met Alt-F2 krijg je een kleine command-line waar je dat commando kan invoeren. De command-line-window verdwijnt maar houdt het commando bij. Wanneer je dit schermpje oproept (zeg maar "minicli") en op de omhoog-pijltjestoets drukt kan je alle commando's afgaan die je vooraf hebt ingebracht. Nog handiger misschien: typ URL's in de minicli om een kfm-scherm met de ingebrachte URL te openen. Nog een extra tip: om een unix man-page op te roepen, typ "man:<command>" in de minicli waar <command> staat voor de naam van het unix-commando.
Mocht je het nog niet gedaan hebben, start een toepassing, zoals bvb "Find Files" met behulp van Application Starter.
4.1 Een venster! Wat nu?
Wel, gewoonlijk wordt er binnen een venster gewerkt, maar misschien wil je wel de venster zelf bewerken. Hier volgt een kort overzicht van de meest courante schermgerichte functies:
Een venster verplaatsen (move a window): sleep de titelbalk van het scherm of houdt de Alt-toets ingedrukt en klik om het even waar in het venster om het te verplaatsen.
Het venster aanpassen (resize a window): versleep de rand van de venster of houdt de Alt-toets ingedrukt en sleep met de rechtermuisknop tot de gewenste grootte.
Een venster over het volledige scherm (maximize a window): klik op de maximize-knop in de titelbalk (de rechthoek naast het X-teken) om de venster over het ganse scherm te vergroten of het terug tot de oorspronkelijke grootte te brengen (een dubbele muisklik geeft hetzelfde resultaat). De middelste muisknop vergroot het venster vertikaal; de rechter horizontaal.
Een venster verbergen (iconify a window): klik de iconify-knop in de titelbalk (naast de maximize-knop) om de venster te verbergen. Door het icoontje in de taakbalk bovenaan het scherm aan te klikken wordt het venster weer geopend.
Tussen vensters wandelen (switch between windows): naast de gebruikelijke muisklik om naar een ander venster over te schakelen kan je ook nog Alt-Tab gebruiken om naar een ander venster op de actieve desktop te gaan. Verder vind je andere technieken.
4.1.1 De knoppen op de titelbalk.
KDE-vensters hebben standaard titelbalken waardoor je snel veelvuldig gebruikte bewerkingen kunt uitvoeren. De standaard layout ziet er als volgt uit:
Aan de linkerkant:
Een menu-knop. Gewoonlijk een mini-icoontje van de toepassing. Door erop te klikken activeer je een menu om het venster te bewerken. Shortcut: Alt-F3 opent hetzelfde menu.
Een "sticky"-knop met de afbeelding van een landkaartspeld. Nog even geduld... de uitleg volgt zo meteen.
Aan de rechterkant:
Een het-venster-verbergen-knop (iconify);
Een het-venster-over-het-gehele-scherm-vergroten-knop (maximize);
Een sluit-het-venster-knop (close). Shortcut: Alt-F4.
4.1.2 Wandelen tussen vensters.
We kunnen nu al verschillende vensters openen, tijd dus om te leren hoe we van het ene venster naar het andere kunnen wandelen (=switchen). Omdat de noodzaak om tussen vensters te switchen dikwijls voorkomt, biedt KDE verschillende manier om dit te doen. Aan jou de keuze, die jou het best ligt.
In heel wat window-systemen moet je in een ander venster klikken om dit te activeren. Dit is standaard ook zo bij KDE (=ClickToFocus). Maar je kan de desktop zo instellen dat wanneer je de muis over een bepaald venster beweegt, dit venster wordt geactiveerd (=FocusFollowMouse). Kies je op de 'KDE Control Panel' voor deze optie wordt het venster onder de muispointer actief. Het komt niet noodzakelijkerwijze automatisch op de voorgrond, maar je kan altijd op de titelbalk of de vensterrand klikken. Een KDE-special: je kan nog altijd de Alt-toets gebruiken en de middenste muisknop aanklikken ergens in het venster om dit op de voorgrond te brengen.
Nog enkele manieren om te wandelen tussen vensters:
Kies een venster uit het "window list"-menu. Om het menu te openen, klik op de middenste muisknop in een leeg gedeelte van de desktop; klik op het icoontje in het paneel; of druk Ctrl-Esc.
Houd de Alt-toets ingedrukt en druk Tab om tussen de vensters te wandelen.
Gebruik de taakbalk (zie verder).
4.2 Gebruik van de taakbalk.
De taakbalk laat een aantal kleine icoontjes zien, een voor elk venster op de desktop. In de standaardopmaak van KDE bevindt de taakbalk zich bovenaan links op het scherm, maar het kan ook bovenaan of onderaan het scherm te vinden zijn.
De taakbalk is een meer dan handige tool: een klik met de linkermuisknop op de gewenste taakbalkknop activeert onmiddellijk de geselecteerde toepassing. En, last but not least, met behulp van de rechtermuisknop activeer je een context-menu met de mogelijke handelingen die je op het betrokken venster kan toepassen.
4.3 Gebruik van Virtuele Desktops.
Bon, nu dat "sticky"-dingetje!
Het kan voorkomen dat je meerdere vensters hebt geopend, zodat je desktop een onoverzichtelijke warboel van vensters wordt. Je hebt nu drie mogelijkheden:
Alle vensters openlaten (=cluttered desktop).
De vensters die je niet gebruikt verbergen (iconify) en als nodig oproepen via de taakbalk of Alt-Tab om tussen de geopende vensters te wandelen (nogal verwarrend en tijdrovend).
Maar een aanrader is: doe wat een echt operating system doet als er niet genoeg fysische ruimte voorhanden is: gebruik virtueel geheugen, in dit geval dus virtuele desktops.
Met deze laatste optie zit je goed. Met KDE kan je verschillende desktops gebruiken, elk met zijn eigen vensters. De standaard instelling voorziet vier desktops. Tussen deze virtuele desktops te wandelen is een 'piece of a cake'. Een eenvoudige klik op de desbetreffende destop-knop op het paneel onderaan het scherm brengt je onmiddellijk naar de geselecteerde virtuele desktop. Voor niet-muisgerichte gebruikers is de Ctrl-F1 F8 toetscombinatie een even adequate manier; met de Ctrl-Tab toetscombinatie wandel je tussen de verschillende desktops. Beweeg je tenslotte de muis naar een hoek op het scherm en houdt die daar even, activeert KDE een desktop, alsof je met de muis over de ene naar de andere desktop bent gegaan (tenminste als je deze mogelijkheid hebt ingesteld via Kcontrol). Dus beweeg je de muis naar de rechterkant van het scherm, zal de desktop rechts van de gebruikte desktop switchen, enz
Virtuele desktops zijn misschien handig, maar het gebeurt soms dat je een bepaald venster op elke virtuele desktop voorhanden wil, bvb een klein chat-window of een uurwerk of wat dan ook. In dit geval gebruik je de reeds aangehaalde "sticky"-knop om het betrokken venster te "kleven" zodat het meewandelt naar elke virtuele desktop.
De sticky-knop kan ook gebruikt worden om een venster van de ene virtuele desktop naar de andere te verplaatsen: druk op de sticky-knop van een venster, switch naar een andere desktop en druk terug op de sticky-knop. Maar het is eenvoudiger als je het context-popup-menu gebruik in de taakbalk van het desbetreffende venster (menu item "Onto current desktop") of de "Send to"-optie in het venstermenu.
De meeste grafische desktops stellen directories van de harde schijf voor als een map. Mappen kunnen documenten of andere mappen bevatten. De "kfm" (KDE File Manager) doet dit op dezelfde manier (op te roepen door Alt-F2 > kfmsu).
5.1 Gebruik van kfm.
Wanneer je KDE voor de eerste maal opstart verschijnt er een venster met allerhande icoontjes in. Dit is het kfm-venster dat alle documenten (of mappen) in je home directory (de directory waar je persoonlijke documenten opgeslagen zijn) laat zien. Onder de toolbar van het venster zie je de padnaam van de map. Zie je zo'n venster niet verschijnen, klik dan op het icoontje onderaan op het paneel dat lijkt op een map met de afbeelding van een huis (=home).
Om een map of document te openen klik je er éénmaal op met de linkermuisknop. Klik je op de twee puntjes ga je naar de parent directory (de directory net boven de directory waarin je je bevindt). Om een overzicht (boomstructuur) van de directory-hiërarchie te activeren, druk je op View > Show Tree. Of je kan zelf handmatig het gewenste pad inbrengen onder de toolbar. De tab-toets vervolledigt de naam van de directory, mocht je die niet volledig uit het hoofd kennen.
5.1.1
KDE beschikt over een reeks toepassingen om verschillende gangbare file-vormen te hanteren. Wanneer je bvb een file van een bepaald bestandstype aanklikt, zal kfm de juiste toepassing activeren om het bestand te openen. Weet kfm niet welke toepassing moet gebruikt worden, wordt je gevraagd de naam van de toepassing in te brengen.
Technische noot: kfm gebruikt MIME-types om files met bepaalde toepassingen te verbinden.
5.1.2 Verplaatsen van icoontjes.
Om een file te kopiëren of te verplaatsen kan je het icoontje naar de desktop, naar een ander kfm-venster of naar een map-icoontje verslepen. Wanneer je de muisknop loslaat vraagt het programma of je het verplaatste item wil kopiëren, verplaatsen of een snelkoppeling wil maken. Let echter op; als je voor snelkoppeling, zal KDE een "symbolic link" (niet een "hard link") maken, dus als je de originele file verplaatst of verwijdert zal de link verbroken worden.
Veel KDE-toepassingen ondersteunen het slepen en droppen: je kan een icoontje naar een venster van een lopende toepassing slepen of op het icoontje van een toepassing die nog niet is opgestart om de versleepte file te openen. Proberen maar!
Om de eigenschappen (=properties), zoals de naam en de toegangsrechten (=permissions) van een file te wijzigen klik je met de rechtermuisknop op het icoontje om het menu op te roepen.
5.2 Archieven en netwerken.
Niet zolang geleden moest je over speciale software beschikken om op het Internet te kunnen surfen. Niet langer meer! KDE ondersteunt "Network Transparent Access" (NTA), dat je de mogelijkheid biedt om met files van de andere kant van de wereld te werken als staan ze op je eigen harde schijf.
Bijvoorbeeld, om toegang te verkrijgen tot files van een FTP-server, kies File > Open Location op een kfm menu, en typ de URL van een FTP-server in. Je kan nu de gewenste files in de mappen van de server slepen naar en droppen in je eigen harde schijf. KDE opent zelfs files van de FTP-server zonder dat je ze eerst naar je harde schijf hoeft te kopiëren.
Let wel: kfm gebruikt "anonymous FTP access", waardoor de toegang tot bepaalde FTP-servers wordt beperkt. Heb je toegang tot de server, kan je jouw user-ID opnemen in de URL: ftp://userid@server/directory
Kfm vraagt je het paswoord, en lukt de aansluiting heb je volledige toegang tot de server.
Ben je gewoon om de WinZip"-mogelijkheden in MS-Windows" te gebruiken, zul je opgetogen zijn dat KDE eveneens in tar-archieven kan kijken. Zulke archieven worden op dezelfde manier als een file behandeld. Algemeen kan je stellen dat toegang tot files op het Internet of in archieven geen verschil vertoont met toegang tot files op je harde schijf, tenzij dan dat het wat trager verloopt.
5.3 Gebruik van sjablonen om toegang te krijgen tot toepassingen en apparaten.
KDE plaatst bij het opstarten een map "Templates" op de desktop. Hierin vind je een aantal files met een .kdelnk extensie (niet zichtbaar). Deze kdelnk-files stellen het volgende voor in KDE:
Toepassingen (applications)
Printers
Apparaten die kunnen gemount worden (mountable devices) zoals bvb floppy drives
Gegevens voor het Internet (Internet resources) zoals bvb www-documenten, ftp-directories, enz
Zowat elk item in de "Application Starter" en op het panel verwijst naar een kdelnk-file op de schijf. De kdelnk-file bepaalt welk icoontje moet worden gegenereerd, alsook de specifieke informatie over wat het icoontje voorstelt (toepassing, apparaat of URL). Je kan om het even welke kdelnk-file naar het paneel slepen om een snelkoppelingsknop te maken.
5.3.1 Printers afstellen.
Je kan icoontjes maken voor je printer(s) zodat je een bepaalde file kan afdrukken door deze op het printer-icoontje te slepen. Hoe ga je daarvoor te werk?
Open de map met de sjablonen op de desktop.
Sleep het Programma-icoontje in de map naar de desktop. Kies "copy" uit het menu wanneer je het icoontje lost.
Klik met de rechtermuisknop op het nieuwe icoontje en kies "properties" uit het context-menu.
Op het tabblad "General" verander je de naam in Printer.kdelnk.
Op het tabblad "Execute" breng je het volgende in: lpr %u
Let wel: dit voorbeeld veronderstelt dat je het lpr-commando gebruikt om af te drukken. Gebruik je een ander commando, moet je deze invoeren die je gebruikt.
Nog steeds op het tabblad "Execute" klik je op het icoontje dat lijkt op een tandwiel en selecteer het printer-icoontje uit de lijst die op het scherm verschijnt.
Nu kan je een file op het printer-icoontje slepen om deze door je standaardprinter te laten afdrukken.
5.3.2 Apparaten mounten (mounting devices)
Unix maakt naast de harde schijf - eveneens toegang mogelijk tot andere apparaten waarop gegevens kunnen staan. KDE gebruikt kdelnk-files om deze apparaten - zoals floppy drive en CD-ROM - te mounten, te unmounten en toegang te verkrijgen tot de files op het apparaat.
Bij wijze van voorbeeld volgt hier de werkwijze om een icoontje te maken waardoor je toegang krijgt tot een floppy disk.
Let wel: veel systemen vereisen dat je als root bent ingelogd om apparaten te mounten en te unmounten.
Open de map met de sjablonen op de desktop.
Sleep het Device-icoontje in de map naar de desktop. Kies copy uit het menu dat verschijnt van zodra je het icoontje lost.
Klik met de rechtermuis op het nieuwe icoontje en kies "Properties" uit het context-menu.
Op het tabblad "General" verander je de naam in Floppy.kdelnk.
Op het tabblad "Device" breng je "/dev/fd0" in als het device. Klik op het "mounted"-icoontje en selecteer een afbeelding van een floppy disk met een groen licht. Klik vervolgens op het "unmounted"-icoontje en selecteer een afbeelding van een floppy disk met een groen licht.
Plaats nu een geformatteerde floppy in de floppy-drive en klik op het floppy-icoontje. KDE mount nu de floppy-drive en laat de files zien die zich op de disk bevinden.
Zeer belangrijk: alvorens je de disk uit de drive haalt, klik je met de rechtermuis op het floppy-icoontje en kies "umount" uit het menu om de floppy te unmounten. Dit is een must!
6. De desktop aanpassen
Bevalt het uitzicht of de werking van de desktop je niet, kan je dit wijzigen. KDE kan naar eigen wens worden aangepast (zowel het uitzicht als de werking). En niet zoals bij vele andere unix-desktop-omgevingen moet je daarvoor geen ingewikkelde configuratie-files aan te maken. Gebruik hiervoor de KDE Control Center, een programma speciaal ontworpen om de desktop aan te passen.
6.1 Het gebruik van de KDE Control Center
Open de Control Center via de Application Starter (of roep de command-line op via Alt-F2 en voer "kcontrol" in). Een venster verschijnt op het scherm. Links een lijst van modules, die je kan openen door op het plus-teken naast de module te klikken of door dubbelklikken op de module zelf. Klik je op een van de categorienamen kan je rechts de configuratie ervan wijzigen.
Configureren heeft eigenlijk niet veel om het lijf. Op elk configuratie-paneel vind je een helpknop, die je toelichtingen geeftover de minder gebruikelijke settings. Elk paneel heeft drie knoppen:
Ok past de configuratiewijzigingen toe en sluit het configuratiepaneel.
Apply past de configuratiewijzigingen toe maar sluit het venster niet om verdere wijzigingen mogelijk te maken.
Cancel sluit het venster zonder configuratiewijzigingen.
6.2 Modules configureren.
Hier een kort overzicht van de mogelijke configuratie-modules:
Applications omvat settings voor de Destkop Manager en het panel (ook de configuratie van de virtuele desktops).
Desktop omvat de settings met betrekking tot het uitzicht van de desktop, zoals de achtergrond (kleur, beeld), de vensterkleuren, schermbeveiliging, lettertypes en talen.
Information geeft je informatie over het gebruik van het geheugen en het CPU-systeem.
Input Devices geeft je de mogelijkheid de settings van klavier en muis te wijzigen.
Network bevat de settings met betrekking tot een netwerk
Sound bevat de settings met betrekking tot het geluid
Windows geeft je de mogelijkheid om het uitzicht en de werking van een venster aan te passen (bvb focus-policy, knoppen voor de titelbalk, enz )
Gewoon proberen! Leer al doende de mogelijkheden en flexibiliteit van KDE.
7. Uitloggen
Hopelijk krijg je niet genoeg van KDE dat je dadelijk wil uitloggen. Doch voor het geval je toch wilt uitloggen: klik op het icoontje onderaan het scherm dat lijkt op een X.
7.1 Session Management.
Wanneer je uitlogt, onthoudt KDE welke toepassingen je hebt geopend, alsmede de plaats van de vensters op je scherm. Dus volgende keer dat je inlogt krijg je het scherm te zien dat er stond op het moment dat je de laatste keer bent uitgelogd. Deze eigenschap wordt Session Management genoemd. KDE-gevoelige toepassingen zullen de volgende keer dat je inlogt weer op je scherm verschijnen: KEdit bijvoorbeel onthoudt welke file je aan het 'editen' was. Niet-KDE-gevoelige toepassingen doen dit niet, doch KDE zal je waarschuwen om de gegevens te saven bij uitloggen.
Om de Session Management te illustreren start je bij wijze van voorbeel KEdit op (>Applications > Editor of Alt-F2 ( kedit). Open een tesktdocument om het te bewerken. Log uit en terug in. KEdit verschijnt op exact dezelfde manier en plaats terug op je scherm, op dezelfde desktop en hetzelfde document dat je verlaten hebt bij het uitloggen. KEdit onthoudt zelfs of je wijzigingen gesaved hebt of niet en zal ze opslaan als je 'Save' kiest uit het 'File menu'.
8. KDE een opwindende belevenis
Hopelijk heb je genoten van deze korte rondleiding in K Desktop Environment. Het zal je zeker helpen om je werk sneller en eenvoudiger af te handelen.
Onthou niettemin dat het KDE-project niet commercieel gericht is maar dat vrijwilligers over heel de wereld hun steentje bijdragen tot de verdere ontwikkeling ervan. Graag hadden wij je uitgenodigd een bijdrage te leveren tot dit project om deel uit te maken van een uniek netwerk van vrijwilligers. Ben je programmeur, misschien kan je ons dan helpen om KDE-toepassingen te ontwikkelen. Ben je eerder artistiek aangelegd probeer icons, kleurovergangen en logos voor KDE te ontwerpen. Schrijf je graag, sluit je dan aan bij KDP, het documentation-project.
Zoals je merkt zijn er vele mogelijkheden waarop je ons kan helpen. Je bent van harte welkom om deel uit te maken van dit wereldwijk netwerk van mensen die KDE tot de beste desktop omgeving willen maken voor om het even welke computer. Voor meer informatie kan je terecht bij www.kde.org.
Maak ook deel uit van deze opwindende belevenis.
Uw KDE-team.
9. Geavanceerde topics.
9.1 MIME-types
KDE heeft reeds een aantal MIME-types vooraf ingesteld, maar je kan je eigen MIME-type toevoegen. Klik op Edit > Mime Types un een kfm-venster, kies File > New > Mime Type, geeft het type een naam, klik met de rechtermuis op het nieuwe icoontje, kies Properties, en editeer de nodige gegevens in het tabblad 'Binding'.
10 Auteurs
Matthias Ettrich
Kalle Dahlheimer
Torben Weis
Bernd Wuebben
Stephen Schaub Editor
Robert Williams - Editor
|
Het KDE-team |
Versie 1.0-2, 30 juli 1998 |